Recensie: In je dromen ga jij – Inge van der Krabben

Recensie: In je dromen ga jij – Inge van der Krabben20190414_211132.jpg
Uitgeverij: Uitgeverij Luitingh-Sijthoff

Eerder las ik al het debuut van Inge van der Krabben, Tot waar we kijken kunnen. Een prachtig debuut, waar ik behoorlijk van onder de indruk was. Ik keek dan ook erg uit naar haar volgende roman: In je dromen ga jij. Ik mocht dit boek recenseren voor Luitingh-Sijthoff, waarvoor grote dank! Het boek met de bijbehorende boekenlegger lagen al snel in de brievenbus. Spannend… Wat zou Inge van der Krabben ditmaal voor verhaal afgeleverd hebben?

Samenvatting
Op het sterfbed van haar moeder krijgt de veertigjarige Mariam een opdracht die haar leven op zijn kop zet: vind mijn eerstgeboren zoon voor ik sterf, maar houd het geheim. Kan ze voldoen aan de laatste wens van Safia? Overweldigd door vragen en emoties regelt Mariam haar vertrek naar haar geboorteland Marokko. Aya, Mariams dochter, staat op het punt te trouwen. Ze heeft haar ouders ook iets op te biechten, maar is bang om haar hart te volgen. In Marokko leert Mariam een andere kant van Safia, en van zichzelf, kennen. En vindt ze op tijd de verloren broer? 

In je dromen ga jij is een prachtige roman over ongeschreven regels, het durven openbreken van tradities en het toelaten van het onbekende. Van een fijnzinnige schrijver met een goed gevoel voor karakter en sfeer.

Over de auteur
Inge van der Krabben (1972) studeerde algemene letteren aan de Universiteit van Utrecht, werkte als redacteur en communicatieadviseur voor diverse bedrijven en heeft haar eigen tekstbureau. Tot waar we kijken kunnen is haar debuutroman. In je dromen ga jij is haar tweede roman.

Mijn mening
Mijn eerste indruk: een mooie cover, die tot de verbeelding spreekt en nieuwsgierig maakt, zeker in combinatie met de titel. Goede keuze! De flaptekst maakt mij nog nieuwsgieriger naar het verhaal.

Inge van der Krabben verstaat de kunst van het verhalen vertellen. Ik werd meegezogen in de verhalen van Safia, Mariam en Aya en kreeg zo een bijzonder inkijkje in de levens van drie generaties Marokkaanse vrouwen. Ik heb het me zo vaak afgevraagd: hoe kijkt de generatie die in Nederland is geboren en opgegroeid naar hun Marokkaanse roots, hun cultuur, geloof en gebruiken, en dan met name de vrouwen? En hoe gaat de oudere generatie hiermee om? Natuurlijk weet ik wel dat het niet overal hetzelfde is, dat is in Nederlandse gezinnen ook niet zo, maar daarom is het nog wel heel mooi om te lezen hoe het voor deze vrouwen is. De spagaat waar zij in zitten: aan de ene kant aan de tradities en verwachtingen van de familie willen voldoen, maar aan de andere kant ook je eigen gevoel willen volgen, je eigen keuzes willen maken.

Stukje bij beetje kom je in dit boek achter de geschiedenis van Safia, die van grote invloed is op Mariam en Aya. Elk hoofdstuk wordt vanuit een van deze drie vrouwen verteld. Zo kom je ook achter de gevoelens en gebruiken van elk van deze vrouwen en merk je dat er een verschuiving plaatsvindt. Aya wil losbreken, haar eigen weg volgen, maar de familie niet voor het hoofd stoten. Een duivels dilemma, waar ze haar eigen weg in vindt.
De Nederlandse buurvrouw, die de familie wel eens een handje helpt met oppassen, vertegenwoordigt voor mij de oprecht nieuwsgierige Nederlander, die graag wil weten hoe het er in Marokkaanse families aan toegaat, maar ook haar eigen gebruiken en eerlijke mening verkondigt.

Door de relatief korte hoofdstukken en de verschillende invalshoeken ontvouwt het verhaal zich stukje bij beetje. Het zorgt er ook voor dat je wilt blijven doorlezen, je wilt weten wat er in het verleden gebeurd is, maar ook hoe de gebeurtenissen in het heden zich zullen ontwikkelen.

Met haar debuut Tot waar we kijken kunnen had Inge van der Krabben me al aangenaam verrast, maar met In je dromen ga jij heeft ze zichzelf wat mij betreft overtroffen. Hopelijk heeft ze haar naam hiermee definitief gevestigd in de Nederlandse literatuur en horen we nog veel meer van haar.

Ik baalde toen ik het boek dichtsloeg, ik had nog zoveel meer willen weten over deze familie, deze vrouwen. Dit boek is wat mij betreft een echte aanrader!
Zoals ik eerder al aankondigde, splits ik mijn oordeel vanaf dit jaar op in verschillende onderdelen:

  • Cover en titel: 5*****
  • Inhoud: 5*****
  • Redactie: 5*****
Advertenties

Recensie: Tot waar we kijken kunnen – Inge van der Krabben

Recensie: Tot waar we kijken kunnen – Inge van der Krabben cover-tot-waar-we-kijken-kunnen-inge-van-der-krabben
Uitgeverij: Ambo | Anthos

Een bijzonder moment voor mij: tijdens een teamuitje van een nieuwe opdrachtgever, bleek ik ineens aan tafel te zitten met Inge van der Krabben. Een schrijfster waar ik al veel over had gehoord, maar van wie ik nog steeds het boek niet had gelezen. Toen ze hoorde dat ik een eigen boekenblog had, bood ze spontaan aan haar boek naar me toe te sturen, zodat ik het kon lezen en recenseren. En inderdaawp-1485716753665.jpgd, een paar dagen later ontving ik het boek, met een persoonlijke noot van Inge. Ik voelde wel een beetje druk: straks vind ik het niks, wat moet ik dan schrijven? Tja, daar had ik mezelf misschien wel in een lastig parket gebracht…

Samenvatting
Janne staat op de rand van een burn-out en realiseert zich dat het tijd wordt om te bedenken wat zij zelf graag wil, in plaats van steeds te proberen aan ieders verwachtingen te voldoen. Maar voordat ze haar eigen weg kan gaan, is het nodig dat ze zich losmaakt van haar moeder. Juist op dat moment blijkt dat haar moeder kanker heeft en zich niet wil laten behandelen. In de korte tijd die hen nog rest, zoeken beiden naar een nieuw evenwicht in hun relatie.

Tot waar we kijken kunnen is een subtiele en ontroerende roman over de vaak complexe en bijzondere relatie tussen moeder en dochter. Van der Krabben schrijft in een frisse, eigen stijl over het onvermogen elkaar werkelijk te kunnen zien. Over loslaten en loskomen, verbinden en afscheid nemen.

Die zachtheid bedaarde haar zenuwen, haar darmen, haar maag. Deed ze er eigenlijk wel goed aan? Wat ze van plan was? Wat had Lottes zoon ook alweer gezegd? Don’t ask for permission, ask for forgiveness. Een mooi motto. Bepaalde dingen waren nou eenmaal nodig. (p.180/181)

Over de auteur
Inge van der Krabben (1972) studeerde algemene letteren aan de Universiteit van Utrecht, werkte als redacteur en communicatieadviseur voor diverse bedrijven en heeft haar eigen tekstbureau. Tot waar we kijken kunnen is haar debuutroman.

Mijn mening
Nou, ik had me vooraf dus zorgen gemaakt om niks: wat een debuut! Inge heeft me in mijn hart geraakt en tot tranen toe geroerd. Ze heeft een heerlijke schrijfstijl, waardoor het verhaal vlot leest. De korte overzichtelijke hoofdstukken dragen hier ook aan bij.

De thema’s loslaten en loskomen, verbinden en afscheid nemen zijn heel goed uitgewerkt. Zo mooi verwoord. Het is nergens te zwaar, maar ook niet te luchtig, het is precies goed gedoseerd. Met een lach en een traan heb ik dit boek in no-time uitgelezen.

En toen bleef ik met een heel apart gevoel achter… Verdriet om iets wat mij niet was overkomen, maar wat iedereen zou kunnen overkomen. Een soort gemis, maar ook herkenning en dankbaarheid. Ik was enigszins verward en moest echt weer even tot mezelf komen. Ik was compleet in het verhaal meegezogen en was helemaal in Janne opgegaan.

Ik kan dan ook heel kort en krachtig zijn: als je mij zo kunt raken (geloof me, dat lukt echt niet elke auteur!), dan heb je de volle 5 sterren meer dan verdiend. Ik kan alleen maar zeggen: Inge, ga vooral door met schrijven! Ik kan niet wachten tot je volgende boek. Ik leg de zakdoeken alvast klaar…

Ze hield haar ogen op de kist gericht […], en sprak met kracht in haar stem:

“Het allerliefst.
Liever dan een berg van goud heb ik de zoete smaak van honing op mijn tong. Zing ik een liedje over jong en oud dat jij vroeger voor mij zong. Voel ik mij als een koning zo rijk en heb ik gelijk als ik zeg dat ik op je lijk, wanneer de glimlach in je gezicht oplicht in de warme zomerzon. […]
Liever dan een berg van goud heb ik jou als herinnering in mijn hoofd. De smaak van chocola in mijn mond, die langzaam de paniek verdooft. En het is zo heerlijk, zo kostbaar de momenten die we samen delen. Dan voel ik mij als een koning zo rijk en heb je gelijk als je zegt dat ik op je lijk, wanneer mijn gezicht oplicht in de late zomerzon. Dat heb ik liever, dat heb ik het allerliefst. […]

We zien elkaar tot waar we kijken kunnen.”
(p.232)